Economische Zaken en Bestuur

Economie moet werken voor alle Groningers, niet voor het grootkapitaal.

16 oktober '25

Onze partij vindt dat het economisch programma van de provincie Groningen niet in dienst moet staan van grote bedrijven, maar van de mensen die het werk doen.

Fenna maakte tijdens de commissie duidelijk dat de provincie met haar economisch programma moet kiezen voor mensen en niet voor het grootkapitaal. “Een economisch programma moet ervoor zorgen dat de overheid een bondgenoot is van de werkende klasse. Het moet investeren in de kansen van nu én van de volgende generatie, zodat iedereen kan bouwen aan een Groningen dat werkt voor álle Groningers,”

Volgens onze fractie ontbreekt het huidige programma nog aan duidelijke criteria om te garanderen dat banen zekerheid en eerlijke lonen bieden. “Welvaart is pas breed als die eerlijk wordt verdeeld,”

Fenna wees erop dat vooral jongeren momenteel in een onzekere positie zitten. Woonlasten zijn hoog, vaste contracten zeldzaam, en daarbovenop komen klimaat en geopolitieke onzekerheden. Juist zij verdienen perspectief. Onze fractie pleit ervoor dat jongeren actief betrokken worden bij het vaststellen van de voorwaarden waaronder bedrijven zich in Groningen mogen vestigen.

Hoewel het programma inzet op hightech, circulaire chemie en digitalisering, missen we aandacht voor de sectoren waarin de meeste Groningers werken, zoals zorg, bouw, groen, logistiek, schoonmaak, detailhandel en cultuur. “Juist dáár ligt de basis van onze economie. Waarom zet de provincie vooral in op hightech, terwijl de industrie juist banen wil schrappen door automatisering?” vroeg Feenstra zich af.

Fenna benadrukte ook het belang van cultuur als economische kracht. “Cultuur maakt mensen creatief, verbindt, en zorgt voor een aantrekkelijke provincie. Mooie dingenmakers maken mooie dingen. Met cultuur wordt zelfs meer geld verdiend dan met landbouw. Waarom krijgt cultuur dan geen plek in dit programma?”

Ook willen we graag zien dat vakbonden, zoals FNV en CNV, een vaste rol krijgen in het economisch beleid. “Zonder vaste plek kunnen zij niet toezien op goede arbeidsvoorwaarden of scholingsprogramma’s.”

Tot slot vroeg Fenna aandacht voor de verdeling van publiek geld. “Nu geldt vaak: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Daardoor profiteren vooral grootverdieners met professionele subsidieaanvragers. Wat kan het college doen om dat eerlijker te maken? En staat zij open voor voorwaarden bij leningen, zoals: géén bonussen, géén loonoffers, en winst en kennis die in Groningen blijven?”

Deze website gebruikt cookies!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren en om ons te helpen onze diensten te optimaliseren. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, lees onze cookieverklaring.