Economisch beleid van de provincie vergroot ongelijkheid
Veel bekende economen en belangrijke organisaties zijn het inmiddels met elkaar eens: het idee van trickle-down economics werkt niet zoals beloofd. Meer winst voor bedrijven en aandeelhouders zorgt niet vanzelf voor hogere inkomens voor gewone mensen. Toch lijkt het provinciebestuur dit te negeren. In het nieuwe Programma en Uitvoeringsprogramma Economie 2026–2029 blijft het college geloven dat de economie in Groningen eerlijker wordt als bedrijven en aandeelhouders maar genoeg ruimte krijgen.
Daarmee dreigt het college een oude fout te herhalen. De SP waarschuwde hier al voor tijdens de collegevorming: zodra de VVD meedoet, ontstaat vaak het idee dat economische groei vanzelf bij iedereen terecht komt. Datzelfde idee zien we nu terug in dit programma.
Het programma richt zich sterk op hogere arbeidsproductiviteit, deeptech en kennisintensieve sectoren. Het college gaat ervan uit dat meer winst voor bedrijven en meer banen voor hoogopgeleiden automatisch zorgen voor hogere inkomens voor alle Groningers. Die aanname klopt niet en is niet neutraal. Uit internationaal onderzoek van het IMF en de OECD blijkt dat sinds de jaren tachtig in veel westerse landen de productiviteit stijgt, terwijl de lonen van werknemers achterblijven. De extra opbrengsten gaan vooral naar aandeelhouders en eigenaren. Dit leidt tot meer ongelijkheid.
Voor Groningen is deze aanpak extra riskant. Het besteedbaar inkomen ligt hier al jaren onder het landelijk gemiddelde en veel werkenden hebben moeite om rond te komen. Ook landelijk is het beeld zorgelijk. Volgens recent onderzoek van het CBS neemt het aantal werkende armen in Nederland de afgelopen jaren sterk toe. In zo’n situatie is het naïef om te denken dat economische groei zonder duidelijke sociale afspraken automatisch eerlijk wordt verdeeld.
Ook de sterke nadruk op deeptech en kunstmatige intelligentie vraagt om meer voorzichtigheid dan het college nu laat zien. Automatisering en AI zetten juist banen onder druk in sectoren waar veel praktisch opgeleide Groningers werken, zoals de productie, logistiek en administratief werk. Zonder aanvullend beleid vergroot deze ontwikkeling de kloof tussen theoretisch en praktisch opgeleiden, in plaats van die te verkleinen. Nieuwe kennisbanen vangen dit verlies niet vanzelf op.
De geschiedenis laat zien dat het anders kan. In het naoorlogse Europa en in Scandinavië werd economische groei wél eerlijk verdeeld. Dat gebeurde niet vanzelf, maar door sterke afspraken en instituties: krachtige vakbonden, cao’s per sector, vaste banen en eerlijke belastingen. Brede welvaart was daar geen toeval, maar het resultaat van bewuste politieke keuzes en een betere balans tussen arbeid en kapitaal.
Als het college echt wil dat economische groei alle Groningers ten goede komt, dan moet het werknemers een sterkere positie geven. Dat vraagt om meer dan mooie woorden over brede welvaart. Het betekent onder andere: sociale voorwaarden koppelen aan subsidies, sturen op vaste contracten, het stimuleren van cao-afspraken en het geven van een vaste rol aan vakbonden en medezeggenschap bij het maken en aanpassen van economisch beleid.
Zonder deze keuzes zorgt dit programma niet voor meer brede welvaart, maar juist voor meer ongelijkheid. Daarmee worden opnieuw fouten herhaald waarvoor Groningen al te lang de prijs betaalt.
Fenna Feenstra, statenlid SP
Anthony Williams, vakbondsbestuurder FNV en lijsttrekker SP Eemsdelta