Blog

Een jaar in de politieke speeltuin; wat privileges, ongemak en tussenruimte Agnes leerden

05 januari '26

Soms moet je jezelf de tijd en de ruimte gunnen voor bewegingsvrijheid; te kunnen onderzoeken, te spelen, te observeren, te analyseren en niet direct te oordelen.

Agnes gaf haarzelf afgelopen jaar deze tussenruimte; politieke tussenruimte. ze ging in op veel uitnodigingen, ging mee naar allerlei uitjes en ze maakte, meer dan de jaren hiervoor, als statenlid onderdeel uit van de politieke speeltuin en de privileges die daarbij horen.\

Lees hier haar bevindingen:

Niet op het pluche zitten

Mijn partij is minder dan andere partijen gericht op de parlementaire poppenkast. Ons motto is; van het pluche af en vooral de straat op. Niet te veel met elkaar bezig zijn, maar je buiten de deuren van (in mijn geval) het provinciehuis bevinden onder de mensen. Dit zorgt ervoor dat je met beide benen in de samenleving blijft staan, je niet laat inkapselen en je niet gevoelig raakt voor beïnvloeding van allerlei lobbyactiviteiten en mogelijk het pluche aantrekkelijker is dan het nastreven van de idealen en standpunten waarvoor je benoemd bent als volksvertegenwoordiger.

Meerdere keren heb ik dit benoemd in woordvoeringen de afgelopen jaren. Dit werd mij niet altijd in dank afgenomen door andere statenleden. Regelmatig kreeg ik te horen; “je zegt wel dat wij op een snoepreisje waren, maar je kunt het eigenlijk niet beoordelen aangezien je nooit zelf mee bent geweest”. Een terecht punt natuurlijk. Daarom dacht ik “je kan vanaf de zijlijn blijven roepen, maar je kan ook meedoen aan het spel om zelf te ervaren en te concluderen hoe het is”. Tijdens de nieuwjaarsreceptie van de provincie begin 2025 kondigde ik mijn “onderzoek” aan (waar een aantal statenleden wat nerveus van werden en zich hardop afvroegen wat dit inhield en of ik dan ook dingen over hen ging rapporteren).

Van lobbytripje tot FC Groningen wedstrijd

Afgelopen jaar ging dus niet elke uitnodiging in mijn mail direct richting de prullenbak, maar pakte ik eerst mijn agenda erbij. Wanneer deze agenda het thuis en werk gerelateerd toe liet, melde ik mij aan om deel te nemen. Zo ging ik mee met een lobbytripje van VNO NCW Noord, naar openingen van tentoonstellingen in het Gronings Museum, naar de eerste kamer, borrelen en eten met andere statenleden, naar de Noordelijke Statendag inclusief het luxe diner, naar de officiële opening van het WEC (in een jas van zeehondenbont en mijn chauffeur mocht ook mee), de opening van Noorderzon, een concert in het Stadspark (waar ik zelfs een extra kaartje regelde voor de liefde), naar het IPO congres in Brussel (waar ik zelfs naar de Brabantse avond ging en het Gronings volkslied zong) en naar FC Groningen dames met andere vrouwelijke statenleden (op mijn initiatief) en dan ben ik mogelijk nog iets vergeten, wat ik niet heb onthouden of kon achterhalen.

Ik moet zeggen dat het mij wel heel goed deed dat, toen ik door mijn foto’s scrolde om te bezien waar ik allemaal naar toe was geweest, er toch meer foto’s van acties, protesten en inhoudelijke bijeenkomsten waren dan de politieke privilege activiteiten. Uiteindelijk heb je maar beperkt tijd en is dat kostbaar, dus besteed ik onbewust toch vooral tijd aan dingen die energie geven, nuttig zijn en daardoor blijkbaar makkelijker in mijn agenda passen.

Ik heb mij namelijk ook voor best veel dingen waar ik mij voor had aangemeld weer afgemeld omdat ik merkte dat het mij te veel tijd en energie koste om ernaartoe te gaan en ik dan toch andere dingen voorrang gaf. Als statenlid kun je bijna elke week wel ergens naar toe of aan deelnemen. We worden echt voor veel dingen uitgenodigd. Soms inhoudelijk heel interessant, soms vooral een hoog lobby gehalte. De kunst is om goed te bezien wat ondersteunend is aan de dingen die je voor elkaar wilt krijgen en aanvullend zijn aan het realiseren van je idealen.

In Brussel kwam het ongemak

Ik voelde mij regelmatig toch wat ongemakkelijk of iets wat verloren wanneer ik bijvoorbeeld op het VIP-dek stond bij een concert (al was een schone dixie backstage wel heel fijn) of tijdens de officiële opening met luxe drankjes en hapjes. Ik heb daar het meeste last van gehad in Brussel tijdens het IPO-congres. Toen ik in de avond de zaal binnenstapte voor het diner overviel dit gevoel mij; “dit is precies waarom mensen geen vertrouwen meer hebben in de politiek en denken dat we alleen maar eten, drinken en netwerken op de kosten van de burger”. Dit gevoel werd nog erger toen ik naar het café ging waar de jaarlijkse Brabantse avond plaatsvond; “je lam zuipen op kosten van de Brabantse inwoners”. Ik heb het erg gezellig gehad en Brussel was prachtig, maar verder is het IPO-congres wat mij betreft geldverspilling en vooral niet van meerwaarde voor het statenwerk. Volgend jaar is het in Overijssel, mocht er echt een goed inhoudelijk programma zijn dan ga ik daarnaartoe, maar sla ik al het “gezellig netwerken” over. Ik vind dat echt niet te verantwoorden. Ik vind het ook echt ontzettend onnodig dat wanneer we een Noordelijke Statendag hebben of op bezoek gaan naar de Eerste kamer dat we overdreven luxe te eten krijgen, dit kan allemaal best een tandje minder en wat is er mis met je eigen lunchtrommel meenemen? Of dat we als Statenlid dit soort tripjes gewoon zelf betalen (tenslotte wordt je statensalaris al betaald van het belastinggeld van onze inwoners). Wat ik wel als waardevol heb gevonden aan meegaan met deze gezamenlijke activiteiten is dat ik sommige andere statenleden en gedeputeerden iets beter heb leren kennen en dat daardoor het samenwerken, wat toch ook nodig is in de politiek, iets vanzelfsprekender gaat.

Eindrapport

Voor de kerstvakantie vroegen andere statenleden mij wanneer mijn eindrapport van “het onderzoek” van afgelopen jaar kwam en of ze er mogelijk nog in voor kwamen. Ik deed dit “onderzoek” natuurlijk niet om andere mensen te gaan afvallen, maar voor mijzelf om te bezien wat het mij zal doen en of mogelijk mijn kijk op de dingen zal veranderen. Een rapport zal ik het trouwens niet willen noemen (al heb ik daar wel genoeg analysegegevens voor) maar meer gedachtenspinsels van mijzelf. Waarbij het nu tijd is voor de eindconclusie.

Af en toe mijn kop onder het maaiveld

In de Europese wijk in Brussel, in het Leopoldpark staat kunst in de openbare ruimte, genaamd “De Angst”. Het bestaat uit 12 struisvogels, waarvan er vijf recht staan en zeven hun kop in de grond steken. Wat mij betreft zeer symbolisch voor hoe ik afgelopen jaar heb ervaren. Wanneer je overal aan deelneemt en van alle privileges die je als statenlid hebt gebruik maakt is de kans dat je aan struisvogelpolitiek doet zeer groot. Het is namelijk makkelijker om weg te kijken, dan “de angst” aan te gaan en bepaald gedrag en beleid onder ogen te zien. De tussenruimte van afgelopen jaar heeft mijn visie hierop niet doen veranderen. Wel weet ik dat ik ondanks alle verleidingen, beïnvloedingen en privileges ik een struisvogel blijf die haar kop boven het zand houdt, rechtop staat en om haar heen blijft kijken. Misschien komt het door mijn karakter en de manier waarop ik überhaupt veel

dingen in het leven net even van een andere kant bezie en benader. Daarnaast pas ik ook vaak niet goed binnen gestelde kaders. Niet altijd makkelijk, maar wel heel eigen. Ik denk dat ik hierdoor minder gevoelig ben om ingekapseld te geraken.

Maar er is wel wezenlijk iets veranderd door het jaar in de tussenruimte. Want juist door af en toe wel even onder de grond te kijken, zie en ontdek je ook weer dingen die mogelijk van belang zijn. Bepaalde ervaringen, verhalen, observaties, analyses, verbindingen en ontwikkelpunten die je anders mist. Ik zal dan ook de komende periode bewust afwegen wanneer ik rechtop blijf staan of toch mijn hoofd naar beneden buig en een kijkje aan de andere kant van het maaiveld neem.

-Agnes

Deze website gebruikt cookies!

Deze website maakt gebruik van cookies om uw ervaring te verbeteren en om ons te helpen onze diensten te optimaliseren. Voor meer informatie over hoe wij cookies gebruiken, lees onze cookieverklaring.